Op tijd in de tijd zijn

Wat deed ik in 1990, waar maakte ik me druk om, waar maakten wij ons druk om? Toen werkten we nog met postvakjes! 1990 was het jaar waarin Nelson Mandela werd vrijgelaten en bij mij de hoop toenam op een eerlijker en democratischer wereld. Als de dag van gisteren herinner ik me hoe ik hem in een enthousiaste menigte op het Leidseplein toejuichte. Als de dag van gisteren – is dat alweer 30 jaar geleden?

Voelt 1990 net zo ver weg als 2050? Deze intrigerende vraag stelt rijksbouwmeester Floris Alkemade in zijn zeer lezenswaardige essay De toekomst van Nederland1.
Want 1990 en 2050 zijn even ver van ons vandaan, tenminste op de tijdbalk van de door ons mensen ingedeelde tijd.

Ik weet trouwens ook nog dat we in 1990 – mede geïnspireerd door Marcel Bullinga2 – toekomstverkenningen maakten, voor 2015! Dat voelde toen ontzettend ver weg, zeker ook met die barrière van de millenniumwisseling ertussen. Altijd leuk om de toekomstplannen van toen eens terug te lezen …

En dus hebben we het nu over 2050 als we plannen maken. Dat voelt ver, maar is het ook ver? En kunnen we ons eigenlijk wel goed voorstellen wat die toekomst straks van het nu zal vragen?
De geschiedenis leert ons in ieder geval dat vast veel anders zal gaan dan we denken. In 1990 hadden wij
behalve Marcel dan- nog geen benul van internet en de invloed van pandemieën. De planbare samenleving, het projectmatig werken, het ‘spreadsheet’ denken kenmerkten ons toen, maar raakt nu steeds meer ‘uit de tijd’. We zullen meer ‘in de tijd’ moeten gaan leven, zegt Jorren Scherpenisse3 in plaats van ‘op tijd’.

Als ik het dan goed begrijp zit het zo dat we op tijd’ ‘in de tijd’ reageren op chronologische (onafwendbare) fenomenen zoals de klimaatverandering (of dat ik als mens ouder wordt). Zoals Alkemade zegt “het is nooit alleen de catastrofe die de geschiedenis bepaalt, maar vooral de reactie erop”. In het nu op het juiste moment.

Chronos Op tijd

Kairos In de tijd

  • Procedurele termijnen volgen
  • Vaste beslismomenten hanteren
  • Volgorde politieke proces
  • Rechtsgelijkheid borgen
  • Zorgvuldige uitvoering beleid
  • Bewaken rechten en plichten
  • Reageren op initiatief
  • Maatwerk bieden
  • Verleiden tot betrokkenheid
  • Potentie herkennen
  • Experimenteren en leren
  • Stromen volgen

Uit: Scherpenisse, de tucht van de tijd (in: de Burgemeester 97, pag 10, dec 2020)

Annemiek Meinen januari 2021

De foto’s heb ik in Museum Voorlinden gemaakt van de installatie Wait van NEOC.

1 Floris Alkemade, Toekomst van Nederland. De kunst van richting te veranderen (THOTH, 2020)
2 De helaas in 2019 overleden trendwatcher en journalist Marcel Bullinga was in die tijd in Nederland een absolute voorloper en voorspelde enorm raak de invloed van internet op ons leven.
3 In zijn proefschrift Tucht van de tijd. Over het tijdigen van bestuur en beleid (NSOB, 2019 – te downloaden als pdf-bestand) stelt Scherpenisse dat tijd in de bestuurspraktijk vaak het verschil uitmaakt tussen succes en mislukking. Bij beleidsanalyse en -advisering is een tijdstrategie noodzakelijk.

In de tijd staat voor het zijn in het nu en wordt vaak verbeeld door Kairos (de jongste zoon van Zeus). In de tijd is het herkennen van het geschikte moment, de momenten van bevlogenheid, inzicht en flow. Het creëren van “kairotische” ogenblikken vraagt om aandacht, meebewegen, herkennen, leren, experimenteren en vooral maatwerk. Eigenlijk is Kairos, zo legt Joke Hermsen4 het uit, ‘een strategie om los te komen van Chronos (de grootvader van Kairos) die de uren telt en orde en structuur aanbrengt in de wereld, maar ook het patroon van de eeuwige herhaling van hetzelfde oplegt”.

4 De filosofe en publiciste Joke Hermsen heeft in 2014 een prachtig boek geschreven over het fenomeen Kairos, een nieuwe bevlogenheid, uitgeverij arbeiderspers. Pag 10

De geheimzinnige algoritmes in ons denken

We kunnen allemaal wel zo bibberig doen over de overname van algoritmes, maar dan gaan we ervan uit dat wij rationele wezens zijn en dat de mens zo zuiver kan denken.Maar dat is helemaal niet zo!! Ons denken is totaal vervormd en nog erger we hebben het niet door.Allereerst vervormen natuurlijk onze emoties ons denken en zeker als we stress hebben. Maar wat ons denken vooral vervormt is ALLES wat we geleerd hebben!!

Nu zal je zeggen, come on dat is ons denken.. ja .. maar is dat echt zo?.. want ons denken is vaak  een herhaling van gedachtes (van eigen ‘waarheden’ en zoals natuurkundige en grondlegger van de dialoog,  David Bohm, het uitdrukt: van onze vooronderstellingen).Onze hersenen, die chemisch aangestuurd worden, vinden het ontzettend ‘lekker’ om onze eigen vooronderstellingen bevestigd te zien. Ja lekker omdat dit stofjes aanmaakt die ons heel prettig laten voelen..

Daarnaast is ons denken “waarnemen” en daarom per definitie gekleurd en dus ingeperkt door de cultuur waarin we zijn opgegroeid (we weten ook dat we ontzettend veel niet zien en niet eens laten binnenkomen).  En tot slot is ons denken fragmentarisch en absoluut niet integraal, een van de kernproblemen volgens de eerder aangehaalde David Bohm. Ooit heeft de RMO nog geanalyseerd dat een van de kernoorzaken voor het ontstaan van de kredietcrisis was: ons kokerdenken.

En nog erger: als we verkeerd denken, DOEN We ook de dingen verkeerd (zo leert de psychologie ons).

Maar algoritmes, die wel integraal zijn, de waarden expliciet maken, en ontdaan zijn van -door eigen belang ingegeven- emoties, kunnen HEEL ERG HELPEND ZIJN.En wat doen we dan met ons denken? Daan Roosegaarde zegt dat we oude ideeën los moeten laten, ons niet meer zo vast moeten zetten: vrij denken, veerkrachtig denken.En Yuval Harari zegt zelfs tegen de jongere generatie: luister niet naar de ouderen. Zij herhalen alleen maar wat vroeger wellicht hielp, maar nu niet meer.. Hoe kunnen we onszelf en de mensen om ons heen helpen in vrij denken??

David Bohm: reflecteer op ons denken!! RMO zegt tegenkracht organiseren. Organisatieadviseurs (bv Hans Vermaak): zoek de plek der moeite op, durf je ongemakkelijk te voelen.En dat vraagt van ons allemaal veerkracht in ons denken, durf voorbij te gaan aan ons eigen gelijk..

Ter inspiratie:

21 lessen voor de 21e eeuw, Yuval Harari

Dialoog, David Bohm

Daan Roosegaarde

Focus op integriteit jaagt debat over democratie aan

Als je zeker wil weten dat het nooit meer goed komt tussen jou en een ander heb ik een tip: beschuldig hem/haar ervan niet integer te zijn. Als je dat doet raak je de meesten van ons rechtstreeks in zijn of haar waardigheid. Zelfs een beruchte crimineel liet laatst in de krant optekenen dat hij ‘toch heus heel integer was’.

Integriteit is een kernwaarde van ons als mens, sterker ik durf te stellen dat het de motor vormt van ons ‘geweten’. Een gesprek over integriteit gaat daarom altijd over de vraag waarom je iets doet zoals je doet en hoe je dat verantwoordt naar jezelf én naar de anderen in je omgeving. Integriteit gaat over waarden: over jouw persoonlijke waarden als mens (dat wat je geweten vormt), en over gezamenlijke waarden die we in een (werk-) gemeenschap delen .

En over dat laatste wil ik het hier hebben. Ik ben regelmatig betrokken bij gesprekken over integriteit met bestuurders en met gemeenteraden. Als je spreekt over wat dan die gezamenlijke waarden zijn als gemeenteraad krijg je vaak twee soorten gesprekken. Het eerste soort gesprek gaat over ‘belangenverstrengeling’ in de rol van volksvertegenwoordiger. Immers het is de bedoeling dat je als raadslid voeling hebt met de kiezers, maar tot hoever kan je hierin gaan? Wanneer is de kennis en deskundigheid die je inbrengt door je activiteiten in de gemeenschap van waarde voor de democratische afweging en wanneer wordt er onder het mom van kennis teveel één belang belicht? In feite verschuift het gesprek dan van een integriteitsvraag naar een gesprek over de invulling van de lokale (representatieve) democratie.

Een tweede gesprek gaat vaak over de grenzen van het politieke spel. Wanneer vinden we dat we over de grens gaan in onze strategie als raadslid om bepaalde wensen binnen te halen? Wat is wel en niet geoorloofd, of te wel wat vinden we wel en niet meer integer? Mag je bijvoorbeeld lekken uit een (geheime) commissie vergadering als je vindt dat jouw partijstandpunt onvoldoende wordt meegenomen? Mag je een politieke rivaal openlijk zwart maken op basis van vermoedens? Mag je persoon en zaak vermengen in het debat? Hoe verhoudt de partijpolitieke opgave zich tot de gemeenschappelijke opgave van de raad om te komen tot een goede belangenafweging? En is het integer om helemaal niet te luisteren naar de belangen en wensen van de minderheid als je sowieso een meerderheid hebt?

Het agenderen van integriteit is een gevoelige zaak. Juist omdat integriteit zo raakt aan ieders eigen moreel kompas. Maar in de praktijk blijkt het voor een college of gemeenteraad een uitstekend vertrekpunt te zijn om democratische vraagstukken scherp en urgent op tafel te krijgen. Want een gesprek over integriteit gaat om de kern: de kern van ons geweten als mens maar ook over de kern van de waarde van de democratie.

Participatie organiseren? De grootste uitdaging zijn we zelf!

Hoe je participatie ook organiseert; de kern van alles zijn wij mensen. En mensen zijn zeker niet alleen rationeel stuurbaar, vooral niet zou ik zeggen. Wij bestaan uit een hoop van hormonen en andere hersenstofjes die ons net zo hard mee besturen.

Nee ik ga het niet hebben over al die lastige bewoners die van alles willen en die zich soms door emoties laten overweldigen.
Want ik vind onszelf (wij die graag willen co-creëren en participatie organiseren) nog belangrijker! Mijn stelling is dat de kern van een goede participatie start bij onszelf: want zijn wij in die processen wel ECHT ontvankelijk? Durven we wel echt te luisteren?? Durven we echt tot ons te laten doordringen wat er gezegd wordt, ook als het je niet uitkomt, als het raakt aan jouw manier van sturen of aan jouw diepgewortelde overtuigingen. Wat doe je dan?

Zeg je :
Ik snap dat het nodig is dat dit belangrijk is, maar laten we het daar een andere keer over hebben
Nou sorry hoor daar gaan we het niet over hebben, (waarbij je denkt: zonde van mijn tijd).
Of word je dan helemaal geprikkeld en zoek je het juist op.

Volgens Peter van Lonkhuyzen zitten de meeste van ons in de eerste groep de zgn. excuustruzen. De totaalweigeraars (groep 2) ben jij natuurlijk niet, want je leest dit artikel, en groep 3 is helaas het kleinste.
Want we zijn ook mensen, mensen die snakken naar bevestiging bijvoorbeeld. Hoe fijn is het toch om bevestiging te vinden van wat we al dachten. Lees je bv expres een krant die niet past bij je politieke visie? (in de zaal waren het er maar 2 van de 70). De confirmation bias heet dat, we horen graag wat onze mening ondersteunt. Daarnaast hebben we ook nog last van een tunnelvisie (als je eenmaal een weg bent ingeslagen..) en van een primacy effect (het eerste dat je hoort heeft het meeste effect) .
En dan heb ik het nog helemaal niet gehad over het winnaarseffect, over dopamine en testosteron!! Hoe succesvoller we zijn, hoe meer status we verwerven, hoe minder geneigd we blijken om echt te luisteren naar adviezen (tenzij we van nature bescheiden mensen zijn met veel humor en zelfrelativerend vermogen) . Hoe meer de hoogmoed ons in zijn greep krijgt hoe minder ontvankelijk we worden. De grootste kunst van een goed participatieproces zijn we dus eigenlijk zelf..

Uitgesproken op de klantendag van de Beuk, juni 2016

Leestip: Tegenspraak van Peter van Lonkhuyzen en het Winnaareffect van Ian Robertson

Het is tijd voor ‘deep democracy’, voor het versterken van onze pluraliteit..

Deze week hielp ik mijn zoontje met geschiedenis en bespraken we hoe het toch kon dat Hitler met gebruikmaking van democratische rechten zijn totalitaire regime wist te vestigen. De krant van 7 december 2015 lag nog open op tafel: overweldigende winst van Le Pen. Wilders aan kop in peilingen. Moeten we bang worden?? Dat misschien niet, maar alert wel.

Joke Hermsen sprak in Muziekgebouw aan het IJ over het denkwerk van filosofe Hannah Arendt die naar aanleiding van het Eichmannproces zich verdiepte in totalitaire regimes. Haar stelling is dat totalitaire regimes afrekenen met alles wat ons maakt tot mens: met onze spontaniteit, creativiteit, vooral met onze pluraliteit (mogen verschillen, zijn wie je bent). In een totalitair regime word je niet meer geacht te denken, je voert uit. De vrije wil om eruit te stappen is je ontnomen. Zijn tekenen van dit totalitaire denken al aanwezig in onze huidige samenleving vroeg Joke zich af. Staat onze democratie onder druk? Lukt het ons nog voldoende om de mening van de minderheid toe te voegen aan het standpunt van de meerderheid. Lukt het om alle meningen van ieder te horen en een plek te geven? Vaak zijn we al blij genoeg als we een meerderheid wordt gevonden bij een besluit, de mening van de minderheid doet er niet meer toe..

In het najaar maakte ik kennis met het gedachtegoed van Deep Democracy. Daarin gaat het erom dat juist alle meningen/belangen een plek krijgen in het uiteindelijke besluit. In Zuid Afrika is dit denken methodisch uitgewerkt en wordt inmiddels wereldwijd toegepast. Bij allerlei maatschappelijke conferenties, in moeilijke gesprekken tussen gezworen tegenstanders. Maar ik zie het nog weinig terug in onze eigen politieke arena.
Leestip: Deep democracy, Jitske Kramer, Thema 2014